De katholieke parochie: een visie op vernieuwing
Op de dag waarop ik deze lezing zou schrijven, 26 mei, was het 35,1 graden Celsius: de warmste meidag die ooit in Londen is gemeten. Ik liep anderhalve kilometer door de verzengende zon, terwijl de hitte van het asfalt onder mijn voeten opsteeg, naar ons plaatselijke zwembad. Ik probeerde af te koelen om mij te kunnen concentreren. Toen ik daar aankwam, kreeg ik te horen dat ik via een app moest reserveren. Ik stond voor de vrouw achter de balie, niet kijkend naar haar gezicht, maar gedwongen om met wazige ogen op mijn smartphone te tikken, samen met tien of twintig anderen in de hal van het zwembad. De app crashte. Ik ging terug naar de vrouw achter de balie en vroeg of zij mij rechtstreeks een kaartje kon geven. Ze zei dat zij geen toegang had tot de reserveringen, behalve via de app. Ik heb niet gezwommen.
Ik keerde terug naar mijn bureau, heter dan ooit, om aan het werk te gaan, en dacht met enige wrangheid na over de ironie van wat gebeurd was. Die ochtend was ik op pad gegaan met de bedoeling na te denken over de betekenis van katholieke gemeenschap in onze tijd. Maar onderweg liep ik vast door iets wat te maken had met onze eco-sociale crisis. Willen we begrijpen wat het vandaag betekent om een katholieke gemeenschap te zijn, dan moeten we aandacht hebben voor precies deze context.
Wij hebben een beschaving opgebouwd die in gelijke mate onze lichamelijkheid en onze socialiteit ondermijnt. Onze planetaire systemen zijn ziekelijk uit balans en brengen alle vormen van leven in gevaar. En onze sociale systemen zijn inmiddels zo ontdaan van alle fysiek contact dat zelfs wanneer iemand de extra moeite doet die nodig is voor een ontmoeting van aangezicht tot aangezicht, de digitale interface zich opdringt en ons allemaal afsnijdt van het lichaam en gezicht van anderen. Bijna niemand in de hal van het zwembad keek die ochtend naar elkaar. Men keek alleen in die lege afgrond die tegenwoordig zo vaak de plaats inneemt van menselijke personen: het digitale scherm.
En dan staan we nog maar aan het begin van de AI-revolutie en de klimaatverandering. Hoe zal het over een generatie zijn?
Wij zijn omringd door signalen van vervreemding. De klimaat- en natuurcrisis is een signaal van onze vervreemding van de natuur. De sociale crisis is een signaal van onze vervreemding van elkaar. Beide wijzen op een vervreemding van God. En dit alles is zowel oorzaak als openbaring van de desintegratie van onze eigen menselijkheid.
Zonder natuur, zonder elkaar, zonder God hebben wij geen idee wie wij zijn. In zekere zin houden wij onder deze omstandigheden zelfs op werkelijk als menselijke personen te bestaan. Want, om de heilige Johannes Paulus II te parafraseren: een mens alleen bestaat niet.
In de sociale leer van de Kerk wordt dit inzicht “integrale ecologie” genoemd: het besef dat wij alleen bestaan in en door deze drie relaties — met God, met elkaar en met de aarde. In het Engels spreken we over het “hebben” van relaties. Maar in het mensbeeld van de Kerk is het niet zozeer dat wij relaties hebben. Wij zijn relaties. Relatie is datgene waaruit wij gemaakt zijn. Los van relatie houden wij eenvoudigweg op te bestaan. Daarom herhaalde paus Franciscus zo graag de woorden: “Alles is met elkaar verbonden.”
Wij leven in een tijd waarin desintegrerende krachten steeds meer de integrerende krachten overstemmen; een tijd waarin we steeds moeilijker aan de energieën die ons van elkaar en van onze aarde, ons enige thuis, losrukken, lijken te kunnen weerstaan. Dit zijn de omstandigheden waarin wij vandaag katholieke gemeenschap moeten vormen en beleven.
Op zo’n moment wordt katholieke gemeenschap juist bepaald door haar integrerende karakter: door samen te brengen wat gescheiden is geraakt; door relaties te voeden; door de heelheid te bevorderen van iedere persoon, van alle mensen en van heel de schepping.
Wat betekent het dan om katholiek te zijn? En wat betekent het om een katholieke gemeenschap te zijn? Ik zal deze vragen achtereenvolgens behandelen.
“Katholicisme”
Het woord katholiek wordt tegenwoordig meestal sociologisch gebruikt: om een groep mensen aan te duiden met een bepaalde religieuze identiteit: mensen die bepaalde dingen geloven en tot een bepaalde institutie behoren. Maar in het Grieks was het woord “katholiek” niet bedoeld als naam voor een nieuwe religie, maar als naam voor een nieuw soort gemeenschap zonder grenzen. Het woord “katholiek” komt van het Griekse kata holon: “volgens het geheel”. Katholicisme is holisme: een betrokkenheid op alles, op het hele universum en de volledige werkelijkheid, en op God als grond, oorsprong en betekenis van dit alles. Christus is het sacrament van die heelheid, omdat Christus tegelijk materieel en geestelijk is; goddelijk en menselijk; hemels en aards; tijdloos en historisch; verleden, heden en toekomst.
Katholiek zijn betekent daarom: antwoorden op de hele geschapen wereld, op de hele geschiedenis, op alle mensen, op cultuur, wetenschap, kunst, natuur en samenleving.
Het is dan ook bepaald ironisch dat in het Engels het bijvoeglijk naamwoord bij “parish”, parochie, “parochial” is. Dat woord heeft de betekenis gekregen van “bekrompen”, “naar binnen gekeerd” of “in zichzelf opgesloten”. Maar een werkelijk katholieke parochie zou zich juist onderscheiden door het tegenovergestelde: zij zou een gemeenschap zijn die wordt gekenmerkt door een blik naar buiten, door een omvattende zorg voor de hele samenleving en de hele natuur.
Jezus zei: “Hieraan zullen zij zien dat jullie mijn leerlingen zijn: dat jullie elkaar liefhebben.” Liefde is de energie die ons naar buiten voert: weg uit onszelf. Zij is het tegenovergestelde van engheid, van zelfgerichtheid, van opgesloten zijn in ons eigen kleine wereldje van tijd en plaats. Liefde is de energie die ons voortstuwt naar intimiteit met andere mensen, met planten, dieren, land en wateren; de energie die maakt dat wij zorg dragen voor ieder schepsel, menselijk en niet-menselijk; de energie die ons doet verlangen dat heel de geschiedenis wordt opgenomen in de omhelzing van God.
Het idee dat wij deze liefde werkelijk zouden kunnen bevorderen in ons eigen kleine parochieleven, kan vergezocht klinken. Maar of we het nu prettig vinden of niet, dit is wat katholiek zijn betekent. Want het katholieke geloof is dit: dat in de persoon van Jezus Christus heel de schepping en heel de mensheid met God verenigd zijn op een wijze die hun betekenis en bestemming openbaart. Alles is in Christus, schrijft Paulus; en in Christus houdt alles stand.
Ons christelijk leven kan daarom nooit louter lokaal zijn, louter cultureel, of zelfs – om specifieker te spreken over onze tijd – louter politiek of “religieus”. Katholiek zijn betekent dat men een uitnodiging heeft ontvangen en aanvaard om een rol op zich te nemen in het grote drama van de reis van heel de schepping naar God. Zoals paus Benedictus op gedenkwaardige wijze schreef: telkens wanneer de Mis wordt gevierd, zelfs op het altaar van een afgelegen dorpskerk waar nauwelijks iemand aanwezig is, wordt zij gevierd op het altaar van de wereld. Iedere katholieke gemeenschap die rond de Eucharistie bijeenkomt, is een microkosmos van de hele Kerk en een microkosmos van heel de schepping. Daarom bestaat er een innerlijke verbondenheid tussen de vernieuwing van de Kerk, de vernieuwing van de samenleving en de vernieuwing van de schepping zelf.
Dit is dus wat het betekent om katholiek te zijn: het is de roeping aanvaarden om kata holon te zijn, om te antwoorden op het geheel.
Wat betekent het dan om een katholieke gemeenschap te zijn?
“Gemeenschap” en “communio”
Gemeenschap is in het hedendaagse taalgebruik een buitengewoon populair woord geworden, althans in het Engels. In het gewone spraakgebruik hoort men voortdurend verwijzingen naar “de business community”, “de daklozengemeenschap”, “de hardloopgemeenschap” enzovoort. Politici spreken voortdurend over hun wens om “gemeenschappen” te ondersteunen. “Gemeenschap” is ook een vast product geworden van sociale media en digitale verbondenheid. Uit de populariteit van dit woord kunnen we één eenvoudige les trekken: mensen verlangen naar samenzijn. Ze verlangen ernaar ergens bij te horen. Toen Mark Zuckerberg in 2017 zijn missieverklaring voor Facebook publiceerde, gebruikte hij het woord “gemeenschap” 107 keer. Dat is geen toeval, want het succes van sociale media ligt precies daarin dat zij ons ervan overtuigen dat zij ons echte relaties bieden. Maar iemand Facebook geven wanneer hij op zoek is naar gemeenschap, is als een kind een steen geven wanneer het om brood vraagt.
En de populariteit van het woord “gemeenschap” vertelt ons nog iets: juist terwijl ons verlangen naar gemeenschap is gegroeid, zijn de voorwaarden die echte gemeenschap mogelijk maken verzwakt. Door modernisering en industrialisering zijn wij ons gevoel kwijtgeraakt dat wij behoren tot de gemeenschap van de schepping. En mobiliteit, verstedelijking en communicatietechnologieën hebben onze relaties met elkaar steeds verder vervreemd van onze fysieke nabijheid. Dan wordt het begrip “gemeenschap” een instrument van identiteitspolitiek: behoren tot een “gemeenschap” betekent dan eenvoudigweg bevestigen “wie ik wil zijn”.
Deze veranderingen hebben niet alleen de voorwaarden voor echte gemeenschap ondermijnd, maar ook ons besef veranderd van wat gemeenschap eigenlijk is. Wij denken nu aan een gemeenschap als simpelweg de som van individuen. Het is wat wij samen zijn wanneer wij ervoor kiezen de krachten te bundelen.
De katholieke Kerk is niet zoals dit soort gemeenschappen. Deze “gemeenschappen” zijn gebaseerd op gedeelde belangen, waarden of identiteiten, die uitdrukking geven aan iemands individualiteit of recht op zelfbeschikking. Maar de gemeenschap van de Kerk is gegrond in communio.
Wat is communio? Communio is alles wat het tegenovergestelde is van alleen-zijn. Mensen vinden het moeilijk om dit onder woorden te brengen, maar zij weten wat het is. Zij weten dat, wat dat alles wat het tegenovergestelde is van alleen-zijn ook is, het betekenis is, zinvolheid, vreugde.
En het is niet hetzelfde als verbinding. “Verbinding” is een geliefd woord in onze cultuur. Mijn laptop “verbindt” zich met het internet. Ik kan digitaal met jou “verbonden” zijn zonder je zelfs maar te zien of te horen, laat staan je persoonlijk te ontmoeten. Communio daarentegen is relatie in haar volle werkelijkheid; een duurzaam toebehoren, een wederzijds in-elkaar-wonen waarin ik niets achterhoud.
Communio is het gedeelde leven van liefde dat de grond is van alle werkelijkheid, en dat wij God noemen. Maar deze communio betekent niets als zij louter abstract blijft, slechts een mooi idee. Daarom bestaat de katholieke Kerk.
Veel van onze tijdgenoten staan wantrouwig tegenover zogenoemde “institutionele religie”. Zij denken dat “religie” iets innerlijks en persoonlijks zou moeten zijn. Maar een spiritualiteit zonder institutie is eenvoudigweg weer een consumptiekeuze.
De communio die God is, kan voor ons – wij die een lichaam hebben in ruimte en tijd en met onze voeten op deze aarde staan – niet werkelijk van betekenis worden, tenzij zij concrete gestalte krijgt in een bepaalde gemeenschap: het volk van God dat samen door de geschiedenis trekt en een belichaamde persoon volgt, Jezus Christus.
De “gemeenschap” die op deze communio is gegrond, de gemeenschap van de Kerk, is dus niet eenvoudigweg de optelsom van individuen die toevallig voorkeuren, waarden of politieke belangen delen. Deze gemeenschap is in het geheel niet de som van haar delen. Zij is een gemeenschap met een eigen leven, een subject op zichzelf. Daarom spreken wij over de Kerk als een lichaam: het lichaam van Christus. Dat is iets heel anders dan een vrijwillig gekozen vereniging die mij een gevoel van verbondenheid geeft.
Uiteindelijk is dit waar de parochie “voor” is. We kunnen over de parochie zeggen wat de zalige Paulus VI over de Kerk zei: de parochie “heeft” niet een missie; de parochie “is” een missie. De Kerk wordt soms beschreven als een “sacrament van communio”. Zij is Gods instrument om communio te brengen binnen heel de schepping.
Het licht van de volkeren
Wat betekent het concreet om vandaag een katholieke gemeenschap te zijn — dat wil zeggen: een lichaam dat wordt gevormd door zijn missie om communio te brengen binnen heel de schepping?
De baanbrekende Constitutie over de Kerk van het Tweede Vaticaans Concilie draagt de titel Lumen Gentium: het licht van de volkeren. De Kerk bestaat niet voor zichzelf, maar voor alle volkeren; en – zoals paus Franciscus uitlegt in Laudato Si’ – ook voor alle schepselen. Zoals wel gezegd wordt: de Kerk is de enige vereniging die bestaat ten bate van haar niet-leden.
In de tijd die ons rest wil ik dit verkennen aan de hand van drie concrete opdrachten.
1. Polarisatie en eenheid
Wij staan tegenover allesomvattende crises die onze gedeelde toekomst op aarde bedreigen. Tegelijkertijd zijn de kwesties die op het spel staan middelen geworden om politieke verdeeldheid aan te wakkeren. Voor rechts is het een bewijs van loyaliteit geworden om klimaatactie af te wijzen en soms zelfs klimaatverandering geheel te ontkennen, terwijl men de rechten van het ongeboren kind en de vrijheid van het individu verdedigt. Ondertussen strijdt links voor de biosfeer, het welzijn van migranten en de rechten van dieren, terwijl het gezinnen ondermijnt en stilzwijgend voorbijgaat aan de stille normalisering van abortus. Alles is gepolitiseerd, zelfs het menselijk leven zelf. Velen met macht hebben voordeel bij deze polarisatie, die door digitalisering alleen maar is versterkt.
Op dit moment moeten wij opkomen voor iedere mens en voor heel de schepping, niet als politieke doelen, maar als morele doelen. Katholiek zijn betekent weigeren mee te gaan in de opsplitsing en polarisatie die deze onvervangbare goederen tegen elkaar uitspelen. Gezinnen, kinderen, ouderen, de aarde, dieren, het klimaat: hoe zouden deze dingen ooit kunnen worden beschouwd alsof zij met elkaar in concurrentie staan?
Noch mensen, noch de schepping mogen worden ingezet als wapens voor politiek gewin. Wij moeten het algemeen welzijn depolitiseren, zodat wij opnieuw bijeen kunnen komen rond een gedeelde zorg voor alle mensen en alle schepselen op deze, onze enige planeet.
2. Klimaat en natuur
In de afgelopen dagen heeft Europa opnieuw hitterecords gebroken. Elk van de afgelopen tien jaar behoort tot de tien warmste jaren ooit gemeten. En toch is het klimaat volledig van de agenda verdwenen. Het zaait te veel verdeeldheid voor welke op eigenbelang gerichte politicus dan ook om zich eraan te wagen. Het is een issue geworden, een bekommernis alleen nog van obsessieve activisten.
Klimaat is niet een apart issue. Een stabiel klimaat is cruciaal voor ieder van ons. Als het de missie van katholieke gemeenschappen is om op te komen voor het algemeen welzijn van alle mensen en alle schepselen, dan moeten wij erkennen dat de universele, absolute voorwaarde voor dat algemeen welzijn een bewoonbare aarde is. Ecologische bekering, schrijft paus Franciscus, is geen optionele extra boven op de gewone christelijke bekering; zij is er wezenlijk mee verbonden.
De aarde warmt onophoudelijk op door ongecontroleerde uitstoot van fossiele brandstoffen. Wij putten onze bodems uit en vervuilen onze wateren door landbouw, vernietigen ecosystemen door roofzuchtige overexploitatie van hun hulpbronnen, en verminken op groteske wijze miljarden dieren in de industriële veehouderij. Overal staan wij voor de noodzaak opnieuw te beseffen dat wij deel zijn van deze natuurlijke wereld en dat wij zonder haar niet tot bloei kunnen komen.
Dit is een moment waarop katholieke gemeenschappen met vurige morele overtuiging leiderschap moeten tonen in de publieke ruimte. Wij moeten niet bang zijn de boel op te schudden. Want deze manier van leven, gebaseerd op grove ongelijkheden in macht en rijkdom en op minachting voor de aarde en voor de armen, kan eenvoudigweg niet doorgaan. Als wij de missie hebben goed nieuws te brengen aan iedere persoon en aan ieder schepsel, dan is het niet genoeg om ons eigen huis op orde te brengen. Katholieke gemeenschappen moeten zoeken naar manieren om dragers te worden van de dringend noodzakelijke verandering in onze politieke en economische systemen.
3. De sociale crisis
Terwijl onze politiek versplintert en onze aarde niet langer in staat lijkt ons leven te dragen, leven mensen overal – en vooral jonge mensen – in een toestand die grenst aan wanhoop. Met de AI-revolutie raken zij steeds meer verdoofd: door sociale media, door smartphones en door zogenaamd “intelligente” bots.
Digitale technologieën beloven keuzevrijheid, voortdurende verbinding, eindeloos herzienbare identiteiten en grenzeloze informatie, en zijn bezig onze samenlevingen en onze hersenen volledig om te vormen. Het resultaat is overbelasting, eenzaamheid en desoriëntatie. Jonge mensen weten niet meer waar het leven om draait. Zij zijn slachtoffers van een crisis van zin, van betekenis.
Als katholieke gemeenschappen is ons de parel van grote waarde toevertrouwd. Ons is het geheim gegeven waar iedereen naar zoekt – en dat helemaal geen geheim is. Dat geheim is dit: betekenis is relatie. Betekenis is liefde. Uiteindelijk is betekenis God: de communio van liefde die nooit wordt uitgedoofd, een communio die zich bij ons heeft gevoegd in ons eigen vlees, op onze eigen aarde, hoe eenzaam en verloren wij ons ook mogen voelen, hoe gewond ons gemeenschappelijk huis ook mag zijn.
Een katholieke gemeenschap heeft de missie deze parel van grote waarde te delen met onze tijd en onze plaats. Dit kan een vernieuwing van vreugde zijn voor wie verloren lopen in de innerlijke en uiterlijke woestijnen van onze tijd. Alleen in echte, fysieke gemeenschap in tijd en plaats kunnen wij op betekenisvolle wijze het verzet volhouden tegen het heersende paradigma van vervreemding en geweld. Telkens wanneer wij ervoor kiezen elkaar persoonlijk te ontmoeten – of dat nu rond het altaar is, rond de eettafel van een gezin, of onder de hemel – sluiten wij ons aan bij dat verzet.
Intimiteit met God, met elkaar en met de aarde is de diepste bron van vreugde en de bron van hoop. Hoe kunnen we gemeenschappen opbouwen die worden gekenmerkt door een blijvende, fysieke verbondenheid met andere mensen, met de natuur en met het goddelijke?
Conclusie
De wereld waarin wij vandaag katholieke gemeenschap moeten beleven, is wanhopig kwetsbaar. Het is begrijpelijk dat sommigen hun ogen sluiten en opgaan in verstrooiing en trivialiteiten. Anderen geven zich over aan apathie en cynisme. Weer anderen aan wanhoop.
De Kerk beoefent een andere weg. Veertig jaar geleden verwoordde de heilige Johannes Paulus II die andere weg met zijn beroemde woorden: “Wij zijn een Paasvolk, en Alleluia is ons lied.”
De weg van de Kerk is vreugde en hoop. Dat zijn geen verstrooiingen en geen verdovingsmiddelen. Zij geven ons de kracht om de dingen te zien zoals ze zijn; om ze eerlijk te benoemen, zonder verlamd te raken door angst.
Vreugde en hoop zijn de motor van werkelijk handelen: handelen dat noch naïef noch cynisch is, maar nuchter, helder, zinvol en vrij.
Voor lokale parochies betekent dit dat vernieuwing niet abstract kan blijven. Zij moet zichtbaar worden in alledaagse praktijken: in de manier waarop mensen worden verwelkomd, in de zorg voor de armen en eenzamen, in praktische aandacht voor de schepping, en in het geduldig opnieuw opbouwen van echte, fysieke gemeenschap. Een parochie wordt een bron van hoop en vreugde wanneer zij mensen helpt opnieuw te leren leven in de juiste verhouding tot God, tot elkaar en tot de aarde.
Hoe ziet het eruit wanneer uw katholieke gemeenschap een bron van hoop en vreugde wordt voor de mensen van onze donkere tijd? Hoe kunt u het licht zijn voor de wereld om u heen? Dat zijn de vragen die ik u meegeef.
Carmody Grey
hoogleraar Integrale Ecologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
Copyright ©Amen. En nu 2025
Amen. En nu